ESSAYS

2017


 NADER LICHT OP HET URANTIA BOEK

EEN INSPIRERENDE NIEUWE WERKELIJKHEID
 

URANTIA, ONZE AARDE.  De naam Urantia, centraal in de titel van het boek waarover we het gaan hebben, staat voor : onze plek in het heelal,  'our place in the heavens'.  Dat onze aarde een naam zou hebben is vanuit wetenschappelijk perspectief lastig te plaatsen, zeer onwaarschijnlijk.  Dat wij als mens een naam ontvangen bij de geboorte zullen ook geleerden noodzakelijk achten.  Alleen al omdat, wanneer een planeet vorderingen maakt, de bevolking zo rap kan groeien [ *1 ] dat het om praktische redenen niet anders kan dan dat we als mens een naam dragen.

Dat we als samenleving ( planeet ) soms kunnen worden vergast op een bijzonder geschenk, is echter niet vanzelfsprekend voor zo'n samenleving. Ook niet voor dat deel van die samenleving wat een flinke vinger in de pap heeft als het aankomt op het bepalen van wat wel en niet kan. De wetenschap.

Op You Tube staat een mooi gesprek tussen de ontdekker van het poliovaccin Jonas Salk, en de spirituele leraar Jiddu Krishnamurti. Aan het eind stelt Salk dat er blijkbaar mensen zijn die anderen kunnen helpen. Krishnamurti bevestigt dit en trekt in zijn antwoord de vergelijking met het wel of niet in de zon willen zitten. Het zal duidelijk zijn : op deze planeet zijn we nog niet zo ver dat men er op grote schaal van doordrongen is dat dergelijke mensen ook vandaag de dag bestaan.  Natuurlijk waren ze er, volgens conventionele religies, wel in het verleden, op die basis is hun geloof geënt. Maar nu, vandaag de dag ? Het Urantia Boek noemt dergelijke mensen ‘met hun Richter gefuseerden’. Natuurlijk groeit het aantal mensen wel dat begint in te zien dat bijzondere leraren ook vandaag de dag beschikbaar zijn, zelfs met tienduizenden per maand [ *2 ].  

Het Urantia Boek zou de vijfde wonderbaarlijke openbaring zijn sinds het begin van de mensheid op aarde, bijna een miljoen jaar geleden. De vierde betrof het leven van Christus, de derde het leven en werk van de profeet Melchizedek, omstreeks 2.000 jaar voor Christus. De tweede betrof de komst van Adam en Eva, die in deze tekst een verrassende rol krijgen toegedicht, anders dan in de Bijbel. Een die zich mooi verhoudt tot recente wetenschappelijke ontdekkingen.


NOTEN :
[ *1 ] Op deze planeet gebeurde dit vanaf 1850 in verbijsterend tempo : van een miljard mensen in die tijd, halverwege de 19e eeuw, groeiden we naar ruim zeven miljard anno nu. 

[ *2 ] Een klein onderzoekje, over zeven maanden ( 2016 – 2017 ), leverde op dat het aantal abonnementen op You Tube kanalen van twaalf internationaal opererende goeroes, de meeste levend, enkele overleden, gemiddeld met 37.500 abonnementen per maand groeit.  


HET URANTIA BOEK


Het in 1955 verschenen Urantia Boek ontstond in Chicago naar aanleiding van vragen van een groep mensen rond het artsenpaar William en Lena Sadler.  Die groep stond bekend als het forum.  Het stel en nog wat mensen om hen heen kende als enigen de identiteit van iemand die 'de slaper' werd genoemd, en in die bewustzijnsstaat merkwaardige informatie doorgaf. Uiteindelijk is het lijvige ( ruim een miljoen woorden ) Urantia Boek verschenen naar aanleiding van vragen van dit forum, in samenwerking met het groepje rond William Sadler, aan de slaper.
Het Urantia Boek bestaat uit vier delen.  Ongeveer een derde van de tekst behandelt leven en werk van Jezus van Nazareth ( deel IV ), de 'Schepper Zoon' van het plaatselijke universum waarvan onze planeet deel uitmaakt.
Deel III gaat over de geschiedenis van onze aarde, Urantia.
De eerste twee delen gaan vooral over ( bewoners van ) de verschillende astronomische gebieden waarvan onze aarde, en het universum waartoe wij behoren, deel uitmaakt. En hun functie. 

Onder de verhandelingen in de eerste drie delen staan steeds namen van leden van geestelijke orden die dat specifieke deel van de tekst, via de slaper, verzorgd hebben. Deel IV wijkt in die zin af; dit deel is verzorgd door zogenaamde Middenwezens, die elders in de tekst, gegeven het feit dat stervelingen gemiddeld maar zo’n zes of zeven decennia te leven hebben, ook wel als de ware, vaste bewoners van de evolutionaire werelden voorgesteld worden.  [ * 3 ]
 

NOTEN :

[ *3 ] In de verhandeling over de Middenwezens ( 77 ) wordt gerefereerd aan de rol die deze Middenwezens innamen bij het ontstaan van Het Urantia Boek. In de verhandelingen 110 en 114 is iets te lezen over bepaalde kwaliteiten van de mysterieuze, menselijke slaper. 

 

MANDATEN EN GRAANCIRKELS

Het Urantia Boek gaat niet letterlijk in op een fenomeen als graancirkels. Dit lijkt te maken te hebben met waarom ook goeroes zelden ingaan op dit fenomeen, of op de bijzondere suggestie dat werelden als deze namen hebben : ze staan onder een bepaald mandaat [ *4 ] .  Het woord mandaat wordt dan ook ruim 20 maal gebruikt door de geestelijke auteurs, en vormt een belangrijke sleutel in het proces van het beter leren doorgronden van de tekst.   
Toch lijkt verband te kunnen worden gelegd tussen de in deel II van het boek genoemde Hemelse Kunstenaars en de sinds eind 70er jaren vooral in Engeland verschijnende graancirkels.  Ook hier weer echter blijven de auteurs
( intentioneel, komt me voor ) vaag : het woord graancirkels, of iets wat daar op lijkt, wordt nergens gebruikt in de tekst.  Wie echter studie maakt van de schitterende formaties,  en de ( getallen ) symboliek bestudeert, komt ontegenzeglijk uit bij die heuglijke suggestie.  Het Urantia Boek geeft ook gezicht aan de bijzondere talenten van verlichte mensen, die het immers standaard hebben over dat we als mens meer zijn dan onze verschijningsvorm, en dat we  uiteindelijk een eeuwige bestemming hebben, meer dan dat we een toevalstreffer zouden zijn.  
 

NOTEN :

[ *4 ] In de biografie over J. Krishnamurti, van de Indiase journaliste Pupul Jayakar, beschrijft zij dat de leraar kort voor zijn dood tegen zijn verzorgster ( Mary Zimbalist ) verklaarde dat hij niet plotseling zou sterven, en ‘dat dit door iemand anders werd beslist’ .  Een mooi voorbeeld van de suggestie dat inderdaad verlichte leraren ( of ‘met hun Richter gefuseerden’ in Urantia Boek taal ) net als de auteurs van Het Urantia Boek onder een bepaald mandaat staan. 

 

ZOEKFUNCTIE

Fijn is ook dat je via de website ( de tekst staat online : www.urantia.org ) van Urantia Foundation de tekst ook kunt bestuderen middels de zoekfunctie. Zoek bijvoorbeeld op ‘edel’, en je stuit o.a. op een bijzonder moment in het leven van de jongeman Jezus, dan omstreeks 19 jaar, die te maken krijgt met ene Rebecca, dochter van de rijke koopman Ezra, een 17 jarige Nazareense die verliefd op hem wordt. Ook kun je ( via de term ‘architectonische werelden’ ) lezen over die werelden in het heelal die een heel andere functie hebben dan de zonnen en de hiermee verbonden evolutionaire planeten waarvan wij deel uitmaken.  Het zijn die werelden waar zich het geestelijke leven af zou spelen, en waarmee we dus vooral in de eerste twee delen van het boek kunnen kennis maken.

DE VERRASSENDE KOSMOS

Heuglijk is ook dat juist recent wetenschappers, middels de Hubble Space Telescoop, de bolvormige sterrenhopen
( ellipsen ) en hun verschillende varianten in termen van functie en omvang, tot aan reuzen ellipsen als M-87 [ *5 ] aan toe, aanzienlijk beter in beeld hebben kunnen krijgen. Wat blijkt ? Deze oudste sterrenstelsels zien eruit als heuse kroonluchters, in tegenstelling tot de jongere spiraalsterrenstelsels als onze Melkweg, die ook meer plat zijn, en beduidend rommeliger ogen. Het zou binnen de spiralen zijn, waar zich het leven zoals wij dit kennen ontwikkelt.
Onze Melkweg zou het centrum zijn van een van zeven superuniversa ( het zevende ), enorme sterrenwolken die achter elkaar hun rondjes draaien rond een centraal, ‘spiritueel’ heelal. 


NOTEN :

[ *5 ] M-87 is de wetenschappelijke term voor deze reuzenellips  ( Messier 87 ) in de constellatie Maagd. In Urantia Boek taal zou deze reuzenellips kunnen staan voor een van de hoofdwerelden van de superuniversa. Sommige door geleerden verzonnen namen van planeten worden wel overgenomen door de auteurs van het boek, zoals Jupiter. Andere namen, zoals Urantia ( de aarde ) en Monmatia ( ons zonnestelsel ) zijn opgevoerd door de geestelijke auteurs van het boek. 

 

DE MULTIVERSUM THEORIE

Het Urantia Boek schetst een universum dat afwijkt van wat in wetenschapskringen wel de multiversum theorie genoemd wordt. In dit model zou een ontzaglijk aantal kleinere heelallen een verklaring kunnen vormen voor het voor geleerden lastig verklaarbare feit dat hier, in het heelal waarvan wij deel uitmaken, intelligent leven is ontstaan. Echter als dit model klopt degradeert dit ons - als mens en als planeet - tot een ordinaire toevalstreffer. Een vrij onappetijtelijke conclusie die indruist tegen alles waarvan een weldenkend mens - in ieder geval ondergetekende  - meent dat het waar moet zijn. Het Urantia Boek beschrijft een evolutionair potentieel van 700.000 plaatselijke universa
( 100.000 per superuniversum ) [ *6 ], waar natuurlijk het toevalsaspect verder geen rol speelt.

Dit omdat we , aldus de tekst, als evoluerend mens, deel uitmaken van een groots plan. 
Een plan waarin we allen opklimmende zonen en dochters van die ene God zijn. En dat we ons, via een eindeloos traject van ontelbare, vaak ook hobbelige wegen en ervaringen, positieve en negatieve, fijne en schokkende, gestaag mogen ontwikkelen tot wie, wat we werkelijk zijn.       

NOTEN : 
[ *6 ] Wetenschappelijke overwegingen suggereren soms zelfs 10 tot de macht 500 heelallen.
Een bijna absurd aantal, dat zou moeten verklaren waarom soms wel en soms niet ‘toevallig’ de natuurconstanten zo op elkaar zijn afgestemd dat intelligent leven kan ontstaan.

 

Ook verschenen in Spiegelbeeld Magazine, april 2017 


--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- 


2016

 

HET URANTIA BOEK


Net zoals een pas geboren kind een naam krijgt van de ouders, krijgen ook evolutionaire werelden als onze aarde namen vanuit de Bovenwereld. Dit is een van de verrassende boodschappen die het in 1955 voor het eerst verschenen Urantia Boek aandraagt. Het boek is ‘doorgegeven’, wat misschien voor velen wat vaag zal klinken maar welbeschouwd is het zo dat er niet veel verschil is tussen een schrijver die geïnspireerd is en ‘vanuit de geest’ zich zet aan het vastleggen van wat hem bezig houdt, en de komst van dit bijzondere boek, van ruim een miljoen woorden. Ook grote leraren zeggen het soms : ‘ik heb geen idee waar de woorden vandaan komen, maar blijkbaar raken ze iets’. 

Hiermee komen we gelijk op een gevoelig punt voor meer conventioneel georiënteerden, als het op ‘geloof’ aankomt.   Dat er ook vandaag de dag grote leraren beschikbaar zijn lijkt niet iets waar veel meer traditioneel gelovigen aan willen. Maar zeg zelf, is het niet raar dat grote leraren altijd alleen maar in het verleden zouden kunnen leven ? En is dat niet veilig ook ? Immers kunnen we dan iemand eren, op een voetstuk plaatsen die echter nooit iets terug zegt. Iemand die nooit confronteert : waarom doe je dit ?

De grote leraar swami Yogananda ( 1893-1952 ), auteur van de spirituele klassieker ‘Autobiografie van een yogi’,  reciteert op You Tube het vers “God, Christ, Guru’s”. En het is juist dit vers dat de essentie aangeeft van waar ook Het Urantia Boek om draait, namelijk dat er hiërarchieën zijn in het heelal. 
Het bijzondere van deze tijd is dat juist ook in de wetenschap inmiddels men zicht krijgt op die vreemde suggestie dat we in essentie in een op geestelijke wetten georiënteerd universum leven.   

Zo verscheen in 2011 een bericht dat sommige werelden, binnen de oudere sterrenstelsels, beschikken over enorme brokken kristal ( diamant ).  Het Urantia Boek meldt ook dat inderdaad sommige oudere werelden beschikken over een zogenaamde ‘glazen zee’ die niet alleen functioneert als 'vliegveld' voor geestelijke wezens, maar ook als schakelstation voor wat je een universeel  internetsysteem kunt noemen. Het is ook grappig en typerend dat destijds, toen de beroemde boodschap middels de Arecibo telescoop in Puerto Rico werd verstuurd ( in 1974 ), deze werd gericht op M13; een van de oudere sterrenstelsels, waarmee geleerden hun stiekeme bewondering voor juist deze kroonluchterachtige stelsels prijsgaven.   

Hoewel het Urantia Boek niet ingaat op de relevantie van de vooral sinds de 90er jaren verschijnende graancirkels zijn ook hier verbanden te leggen, met name in deel II worden zaken geopperd die zo goed als zeker te maken hebben met de fenomenale kunstwerkjes, waar inmiddels vele duizenden van genieten. Hoewel natuurlijk de ‘croppies’, mensen die zich in de graancirkels verdiepen en er boeken en documentaires over maken, Het Urantia Boek niet kennen wordt onder hen ook vrijwel unaniem gedacht aan dat inderdaad geestelijke machten en krachten verantwoordelijk moeten zijn voor deze kunstwerken. 

Dat spirituele leraren als Yogananda en collega’s niet ingaan op de suggestie die centraal staat in Het Urantia Boek, dat onze aarde een naam heeft, wil volgens ondergetekende niet zeggen dat ze niet op de hoogte zijn. In de tekst valt meer dan 20 keer het woord ‘mandaat’, en het behoeft nauwelijks betoog dat het soms wel en soms ook niet verstandig is om bepaalde zaken te onthullen, ook in alledaagse situaties.
Vooralsnog leven we in een vrij cynische, onverschillige wereld, zo lijkt het, waar het maar soms goed is om zaken ter sprake te brengen die een snaar raken bij mensen die hiervoor interesse hebben.  
Het Urantia Boek is zo’n zaak, die ongetwijfeld in de komende decennia en eeuwen een steeds grotere invloed zal uitoefenen op de nieuwe generaties van onze aarde. 



--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- 



2015


Reactie Volkskrant artikel over Osho : 23 februari


OSHO

Iets wat nog nauwelijks lijkt te worden ingezien is dat mensen als Osho ( 23/2 , Volkskrant ) deel uitmaken van een andere werkelijkheid. In feite zijn ze al, hoe vreemd dat ook moge klinken, een beetje dood. De Nederlandse spirituele leraar Wolter Keers ( 1923-1985 ) maakte hierover ooit een grapje aan het eind van een bijeenkomst toen hij op zijn klokje keek en zei: ‘Mijn weduwe komt zo’. Maar juist omdat ze hebben ingezien dat de dood ‘niet echt bestaat’ kunnen ze geven, iets wat vele mensen inspireert die zelf ook ‘voelen’ of vermoeden dat er meer moet zijn tussen hemel en aarde.
Een oudere collega van Keers en Osho, de Indiër swami Yogananda ( 1893-1952 ), maakte een poëtisch en existentieel punt destijds met zijn vers “God, Christ, Guru’s”.  Juist genoemde leraren staan voor de suggestie dat we allemaal, als evoluerend mens, mogen reiken naar dat bewustzijn dat geen grenzen lijkt te kennen. Je zou genoemde leraren in zekere zin ‘dominees’ kunnen noemen, die ‘het ware Christendom’ vertegenwoordigen. 
Een ander, optimistischer beeld dan de grauwe ‘werkelijkheid’ van een ingedutte kerk die langzaam leegloopt vanwege allerlei malversaties, en daarom een chronisch gebrek aan interesse.    

In het in 1955 voor het eerst verschenen Urantia Boek worden mensen als Osho volkomenen genoemd.
Zij die aan het eind van hun weg ‘in het vlees’ zijn gekomen, en nu nog slechts aan ‘deze zijde van de oever’ verblijven voor het welzijn van anderen. Wat me overigens als onderzoeker van grensverschijnselen intrigeert is dat Osho altijd verklaart heeft dat Jezus niet zozeer aan het kruis is gestorven, maar zeer oud is geworden ( 112 ) en uiteindelijk in Kashmir de geest heeft gegeven. Waarom intrigerend ?  Omdat Osho ook 112 dagen na de ( 1937e ) geboortedag van Jezus ( 21 augustus, BC 7  ) is geboren.  Het Urantia Boek spreekt frequent over ‘mandaten’ en het lijkt erop dat Osho bij de gratie van zo’n mandaat zei wat hij zei over Christus.

Nog iets frappants: Het Urantia Boek onthuld ook dat de legendarische Melchizedek, de profeet uit het Oude Testament, 1973 jaar voor de geboorte van Jezus verscheen. Dit verhoudt zich op typisch speelse wijze tot de geboorte van de bijzondere Indiër Osho, die weliswaar slechts 58 jaar werd maar een ongelooflijk aantal mensen wereldwijd heeft geraakt.  Merk ook op 1937 jaar sinds Jezus versus 1973 jaar richting Melchizedek zo’n afstemming lijkt te vertegenwoordigen die typisch is voor de Bovenwereld. 

Ook in de bijzondere graancirkels wordt niet zelden met de cijfers drie, zeven en twaalf gespeeld.
De fysieke verschijning van Osho deed verder sterk denken aan die van Melchizedek, althans wanneer het imposante beeld van Melchizedek, halverwege de achterzijde van de Mozes en Aaron kerk in Amsterdam, waarheidsgetrouw is. 

Verder noemt godsdienstsocioloog Stoffels dat Osho nooit een opvolger gehad zou hebben, dat heeft hij ook nooit gewild. Er zijn juist meerdere mensen opgestaan, geheel op eigen initiatief, sinds zijn dood maar ook al toen hij nog leefde, die ‘in zijn geest’ maar wel op hun volkomen ‘eigen’ wijze zijn doorgegaan met mensen inspireren.
Mooi voorbeeld daarvan is de Brit Paul Lowe ( 1933 ), als volgeling bekend als swami Teertha, die als stichter van het eerste Europese groeicentrum ( Quasitor in Londen ), begin 70er jaren koos om zijn weg verder te gaan in India toen hij in 1972 voor het eerst over de meester hoorde.  Hij heeft zich inmiddels teruggetrokken in Australië maar komt nu en dan op You Tube nog weer met een clip waarin hij zijn prachtige, speelse wijsheden deelt.

 

 

--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- 



2014

 

Afkomstig van de website van :  Het Princeton Engineering Anomalies Research ( PEAR ) project.

( Deel van grotere tekst ) 

Spiritualiteit: Culturele Implicaties

Buiten de revolutionaire technologische toepassingen en de wetenschappelijke relevantie heeft de aanwijzing van een actieve rol van bewustzijn in de realiteit van de fysische werkelijkheid immense gevolgen voor de manier waarop we naar onszelf kijken, onze relaties met anderen, en m.b.t. de kosmos waarin we leven. Deze aspecten, op hun beurt, hebben ongetwijfeld invloed op onze waarden, prioriteiten, ons gevoel voor verantwoordelijkheid en onze levensstijl. 
Onze mogelijkheden om tastbare, meetbare informatie in te winnen onafhankelijk van ruimte en tijd daagt het fundament van een reductionistisch, brein gerelateerd bewustzijnsmodel dat wordt geconsulteerd uit. 

Het gebrek aan opvallende correlaties in de data met standaard leercurves of andere herkenbare cognitieve patronen, gecombineerd met de herhaalbare en duidelijke gender-gerelateerde verschillen, suggereren dat deze vaardigheden kunnen voortvloeien uit een meer fundamentele bron dan wat tot nu toe is vermoed.

Er is absoluut weinig twijfel dat integratie van deze veranderingen in ons begrip van onszelf kan leiden naar een superieure menselijke ethiek, waarbinnen de lang van elkaar vervreemde broer en zus,  wetenschap en spiritualiteit, analyse en esthetiek, intellect en intuïtie, en van vele andere subjectieve en objectieve aspecten van de menselijke ervaring op creatieve wijze kunnen worden verenigd.   


( Vertaling : Robert Zwemmer )

 

--- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- --- ---

 

2013


ESSAY OVER VERTROUWEN


WE LEVEN OP de enige planeet waarvan we weten dat er intelligent leven heerst, en waar dus ook ooit, op een manier die onduidelijk is, leven op gang is gekomen.  Intelligent, menselijk leven kwam pas recent, nadat dierlijk en daarvoor het plantenleven zich voldoende hadden ontwikkeld voor de volgende stap.
Geleerden weten dat voor het vroegste plantenleven bacteriën, en voor dierlijk leven amoeben nodig zijn, wat echter precies nodig is voor menselijk leven, daarover zijn zij het nog lang niet eens.

Het in 1955 voor het eerst verschenen Urantia Boek suggereert een geestelijk verschijnsel genaamd de Gedachtenrichter ( de ‘Richter’ ) die op enig moment, ten tijde van de eerste mensen rond het elfde jaar, en inmiddels bijna een miljoen jaar later rond het zesde levensjaar - aldus het boek - ‘in ons komt wonen’. 
Interessant en in esthetische en filosofische zin bevredigend in die zin is dat een bij uitstek psychologisch fenomeen als het voor het eerst nemen van een morele beslissing de aanleiding vormt voor de komst van een Richter, aldus Het Urantia Boek.  Dit plaatst ons direct in een kwikzilverachtig universum, waarin de presentie van geestelijke wezens en snelheden gelden die de lichtsnelheid met een factor ‘meerdere miljoenen’ overtreft.
Iets waar ( welbeschouwd ) ook natuurkundigen op gestuit zijn met hun waarneming van het verschijnsel  ‘verstrengeling’, en waar nog geen verklaring voor  is.     

Filosofen, geestelijken en geleerden zijn de denkers, de onderzoekers, die meer duidelijkheid mogen scheppen in het mysterie van te leven op een wereld die, sinds de 90er jaren van de vorige eeuw zich blijkbaar bevindt in een heelal met vele andere werelden. Werelden die vooralsnog vaak te groot zijn, te snel om hun ster draaien, zich te dicht bij hun ster bevinden of juist te ver er vanaf .. om net als hier intelligent leven te herbergen.
We mogen er op vertrouwen dat zij die zich erin verdiepen hun best doen om bepaalde mysteries op te lossen, en het staat ons gelukkig vrij ons er ook in te verdiepen. Naarmate een land democratischer wordt, jongere generaties goed onderwijs krijgen, verbreedt zich de basis om meer vertrouwen te krijgen in de weg waarop we ons bevinden. 
Vooralsnog is het een weg met meerdere visies.

Spirituele leraren ( m/v ) die spreken over ‘vertrouwen’ als iets waar ook voor gewerkt moet worden staan vooralsnog vaak in de schaduw van de moderne cultuur. Hun invloed groeit onmiskenbaar door de mogelijkheden van het internet, maar vooralsnog zien we ze nauwelijks voorbij komen in de media, die vaak een meer conventionele stem vertegenwoordigen.

VERTROUWEN LIJKT nauw verweven met juist begrip van de situatie waarin we ons bevinden.
Gestaag, dankzij de wetenschap, groeit het inzicht dat we deel uitmaken van een immens heelal met zeer waarschijnlijk vele andere intelligente werelden, die zich in allerlei stadia van ontwikkeling bevinden.

Zo vroeg halverwege de vorige eeuw fysicus Enrico Fermi zich af: ‘waar zijn ze?’.
Aannemend dat we een van de vele zijn kunnen we er vanuit gaan dat er vele werelden moeten zijn die veel ouder zijn dan wij.  Als dit zo is, vroeg hij zich af, waar zijn ze dan, waarom zijn we nog niet bezocht door andere intelligenties? 
Zijn ze daartoe misschien niet in staat, en .. waarom dan niet ?
De vraag staat bekend als de Fermi paradox.

Is er een hogere orde die erop toeziet dat de ene wereld zich niet mengt in zaken van andere werelden!?
Zo ja dan komen we uit bij de mogelijkheid van een goddelijke aanwezigheid.  Ondergetekende heeft er geen moeite mee te geloven dat er meer is tussen hemel en aarde. Aldus is er vertrouwen dat ‘het’ allemaal wel goed komt.
Je moet misschien echter iets hebben meegemaakt in je leven, iets wat je heeft geconfronteerd met de suggestie dat er inderdaad meer is.  Voor hem gebeurde dit toen als achtjarige mij werd gevraagd afscheid te nemen van een tante, de oudste zus van mijn vader, die ernstig ziek was. Ik was niet heel close met haar, maar toen onze ogen elkaar ontmoetten, nadat me werd gevraagd afscheid van haar te nemen, gebeurde er iets wat grote indruk op me maakte.
Er was op een of andere manier een moment van echtheid in de stilte.

In eerste instantie wilde ik haar omhelzen om afscheid te nemen, maar mijn oma, die achter me stond, hield me tegen. Bang wellicht als ze was dat de ziekte van haar dochter infectueus was.
Dit zorgde echter voor een vreemde situatie, omdat zowel mijn oma als tante verder niets zeiden .. en ze waren de enigen anderen in de kamer voor zover ik me herinner.  Zo ontmoetten onze ogen elkaar en in die ontmoeting werd plotseling meer gezegd dan in vele goede gesprekken bij elkaar.
Natuurlijk kon ik dat toen niet op deze manier benoemen, maar .. dat was ‘het gevoel’.

Na haar dood, in de drie jaar die volgden, was ik me sterk bewust van haar aanwezigheid, alsof ze bij me was en me soms influisterde dat er ‘meer is tussen hemel en aarde’.

Eenmaal op de middelbare school was ‘het’ ( ze ) plotseling ook weer weg.
Plotseling realiseerde ik me dit op een dag .. dat al weken, misschien maanden, ‘ze’ er niet meer was.
En dat was ook goed, want er was een nieuwe stap gemaakt, ik stond voor een nieuwe uitdaging in de vorm van een opleiding ( Mulo ), medeleerlingen waarmee ik bekend wilde raken. 
Nieuwe leraren, leraressen, nieuwe afspraken, nieuwe regels.

Terugkijkend, ondanks dat ik ook vier en zelfs acht jaar later geen flauw benul had wat ik wilde met mijn leven, was er toch een soort basisvertrouwen ‘dat het allemaal wel goed komt’. 
Ik had steeds, soms een beetje in het geheim, mijn helden. Zo was er meneer Janssen die Engels, Nederlands en Aardrijkskunde gaf, hij liet zich niet gek maken door de beroepsettertjes van de klas, hij kende zijn pappenheimers.
Hij had altijd hetzelfde aan: blauwe colbert, grijze broek en sandalen, die in de winter waarschijnlijk wel in schoenen veranderden.  Altijd keek hij op dezelfde, wat afstandelijke wijze wanneer hij de klas inliep, maar als er iets voorviel wat grappig was, was zijn plezier ook echt en spontaan.


EEN zeker onderscheidingsvermogen loodste me door allerlei omstandigheden die soms ook moeilijk waren, en nog zijn soms, maar die vertrouwen in het leven levend hielden.
Inmiddels wordt via zelfstudie en bepaalde schrijfprojecten steeds sterker een innerlijk realiseren aangewakkerd dat we hier op aarde in buitengewoon bijzondere omstandigheden leven.
En dat we ook veel meer zijn dan, zoals sommige geleerden expliciet menen, ‘ons brein’.

Dit verhoudt zich weer mooi tot wat spirituele leraren, die ervoor pleiten dat vertrouwen iets is waar ook voor ‘gewerkt’ moet worden, hun gehoor aanreiken.  Zij sturen degenen die misschien soms de neiging hebben de moed op te geven elegant aan, geven hen kracht, inspiratie, energie.  Zij sporen aan risico’s te nemen, eerlijk te zijn, moedig, rechtstreeks, vlijtig. Zij sporen aan om het vertrouwen in iets wat groter is dan zijzelf te gebruiken om op een nieuwe manier naar het leven te leren kijken.

Geleerden, filosofen en geestelijken zijn er nog niet uit, hoe het komt dat we in zulke verschillende omstandigheden geboren worden, waarom we ook zo verschillend zijn.
Het is heel makkelijk cynisch te zijn over een eventuele God en de mate waarin Hij of Zij recht doet aan het welzijn van ieder mens.  Het is veel lastiger de suggestie te overwegen, eventueel te adopteren, dat een wijsheid zit geweven in de manier waarop bepaalde zaken ‘geregeld’ lijken. Voor de laatste optie lijkt actieve deelname aan het leven in deze complexe wereld noodzakelijk.  Die wijsheid is uiteindelijk in jezelf te vinden, niet daarbuiten, volgens bijzondere leraren.  Het lijkt ook veel meer het gevolg van allerlei innerlijke ballast overboord zetten dan dat het alleen maar de consequentie is van een bepaalde levenswijze, zo’n ‘inzicht’ in hoe de dingen werken.

IETS wat me al vele jaren intrigeert is, in de neurologie, het ‘bindingsprobleem’.
Hoe kan het dat in eerste instantie visuele informatie 180 graden gedraaid ( dus: 'op de kop' ) wordt aangeleverd en vervolgens – via een stuk of dertig centra in de hersenen – razendsnel en op wonderbaarlijke wijze wordt omgedraaid in ‘kijkklare brokken’?  Vooral de wijze waarop zich dit probleem verhoudt tot de merkwaardige suggestie, van bijzondere leraren en leraressen, dat we niet de persoon zijn die we in de spiegel de tanden zien poetsen, is intrigerend.  

De auteur die het bekende boek schreef waarin we ons brein zouden zijn noemt dit probleem ( gemakshalve ? ) niet. Beschouwt vanuit een meer ‘spirituele’ kijk op het leven lijkt het bindingsprobleem echter geen probleem maar een fenomenaal inzicht, namelijk dat we in essentie ‘geest’ zijn, niet ‘lichaam’.

Ik sprak er ooit met een vriend over.. wanneer we een ingewikkeld boek of opstel willen doorvorsen zijn we gebaat bij een eenvoudige ruimte verlicht door een simpel peertje en een harde kruk, liefst gespeend van tv, koelkast en video, dan dat we voorzien zijn van dergelijke luxe. Is dat niet een vreemde paradox? 
Toch werkt het vaak zo.. om onze geestkracht in werking te zetten is het goed je soms te ontdoen van luxe. Een aardige hint, zou je kunnen zeggen, richting een groter  vertrouwen op een leven dat op een of andere, in eerste instantie lastig waarneembare, manier doorgaat. Ook wellicht nadat we het lichaam, ons ‘vleeshemd’, hebben afgelegd.


Uiteindelijk heeft vertrouwen misschien niet alleen met juist begrip maar vooral ook met ‘houden van’ te maken. We moeten om iets of iemand geven om een zin te doorgronden in dit vaak zo grillig ogende, misschien nog te vaak sec op de materie geënte leven. Maar waar zou dit mee te maken kunnen hebben, deze vreemde fixatie?  Misschien moeten we wat compassie aan de dag leggen voor onze situatie, overwegend dat we een nog jonge planeet zijn.

Er is nog geen vergelijkingsmateriaal, en de vraag is of we dat ooit  - in de vorm van bijvoorbeeld verheven of juist primitieve menselijke wezens op andere planeten -  direct zullen kunnen waarnemen. 
Wellicht dat we, naarmate we meer leren kijken vanuit de geest, ook zien dat alles om ons heen directer wordt, meer aanspreekt, meer een totaalplaatje representeert. Dan lijken vooral twee letters uit het woord vertrouwen nog relevant voor een bijzondere zin: ‘UW wil geschiede’.