UB, WETENSCHAP & RELIGIE 

 

Het Urantia Boek ( HUB ) suggereert dat we als mensheid soms geholpen worden middels een bijzondere gebeurtenis : een wonderbaarlijke openbaring. Sinds het begin van de mensheid zouden er vijf openbaringen zijn geweest. Het boek als laatste, de komst van Christus als vierde, de profeet Melchizedek was de derde. De komst van Adam en Eva zou de tweede wonderbaarlijke openbaring zijn geweest, bijna 38.000 jaar geleden. 

Het bijzondere is dat middels het bedrijven van wetenschap we nu stuiten op zaken die parallel lopen met wat middels deze nieuwe openbaring wordt aangereikt.  Zoals het vaststellen door geleerden dat 38.000 jaar terug iets bijzonders gebeurt moet zijn in de menselijke geschiedenis.  Een gen verantwoordelijk voor breingroei begon vanaf toen zich snel in het menselijk genoom te verspreiden. ( Science, begin september 2005 ) 


Belangrijke punten in wetenschap en religie enerzijds, en Het Urantia Boek die elkaar raken : 
 

I.   DE VERDELING VAN ELLIPSEN OVER HET HEMELGEWELF

Het Urantia Boek stelt dat ellipsen ( 'architectonische werelden'  ), de oudste sterrenstelsels van het heelal, een geestelijke functie hebben en alleen in het bewoonde deel van het heelal te vinden zijn.  Geleerden hebben inmiddels opgemerkt dat ellipsen zich vooral richting het centrum van de Melkweg ( de spiraal waar wij deel van uitmaken ) bevinden, en niet in de andere richting. 

 

II.   DE OMVANG VAN BEWOONDE PLANETEN

Het Urantia Boek stelt dat bewoonbare werelden een doorsnee hebben van 11 tot 15.000 kilometer. Wanneer ze kleiner of groter zijn dan het gemiddelde van 13.000 kilometer heeft dit consequenties voor de lengte van bewoners. SETI* onderzoekers melden op You Tube dat de planeet Kepler 22-b ( 2.5 maal de omvang van de aarde ) vermoedelijk te groot is voor intelligent leven, wat zo lijkt te kloppen met de informatie in HUB. 

*Search for Extra Terrestrial Intelligence

 

III.   NEANDERTHALER DNA IN AZIATEN

Het Urantia Boek beschrijft hoe 850.000 jaar geleden in Azie onder primitieve menselijke stammen een oorlog uitbrak die resulteerde in het ontstaan der Neanderthalers. Eind 2012 verscheen een artikel in de Volkskrant waaruit blijkt dat Aziaten meer Neanderthaler DNA met zich meedragen dan voorheen gedacht. 'Dat is raar, omdat er in Azie nooit sporen van Neanderthalers zijn gevonden' aldus het artikel ( Volkskrant : december 2012 ).  

 

IV.   ADAM EN EVA 

Het Urantia Boek presenteert de komst van de ouders van het violette, zevende ras ( Adam en Eva ) als een soort initiatie. Ze komen pas nadat de zogenaamde Sangik rassen ( rode, oranje, gele, groene, blauwe en donkere mensen ) vele 100-duizenden jaren de komst van een Adam en Eva als het ware hebben voorbereid. 

De auteurs van het Oude Testament, aldus Het Urantia Boek, waren hier niet van op de hoogte ( ze begrepen volgens de tekst hun leraar Mozes verkeerd ) en hebben Adam en zijn gade abusievelijk als eerste mensen opgevoerd. 

 

V.  DE SYRO FENICISCHE VROUW

Het Urantia Boek herformuleert het incident met de Syro Fenicische vrouw die zo voortvarend genezing zocht voor haar dochter, en in het Nieuwe Testament door Jezus op grove wijze zou zijn toegesproken. Iets wat in deze nieuwe tekst aan de apostel Simon Zelotes wordt toegeschreven, niet aan Jezus.  

Vanuit het perspectief dat Het Urantia Boek schetst is het beter begrijpbaar dat Jezus ook in kringen  van Feniciers positief werd ontvangen : zij maakten ook deel uit van, of kwamen ( net als de Joden ) voort uit, het oudere Adamische geslacht. 

 

VI.   JEZUS' LEVEN EN DE ROL VAN VADER JOZEF 

Het Urantia Boek informeert de lezers dat Jezus' vader vijf weken na de 14e verjaardag van zijn zoon, op 25 september AD 8,  bij een ongeluk op een bouwplaats in het stadje Sepforis om het leven kwam.  Jozef en Maria waren geliefden, aldus Het Urantia Boek,  zo was er dus niets onnatuurlijks aan de geboorte van Jezus.

Dit ongeluk lijkt een belangrijke rol te hebben gespeeld in wat je 'de opleiding' van Jezus zou kunnen noemen, want hij was hierna niet alleen oudste broer maar ook vader - samen met zijn moeder - van een vrij groot gezin.     

 

VII.   EEN OEROUDE BUURPLANEET 

Het Urantia Boek onthult dat niet ver van ons zonnestelsel zich een zeer oude,  bewoonde planeet bevindt, Anova genaamd *, die onderdeel is van een zonnestelsel met 43 andere satellieten. Bijzonder is dat ook wordt gemeld dat deze planeet wordt gevoed door maar liefst drie zonnen.

Op aarde is bekend dat we ons niet ver van het Alpha Centauri stelsel bevinden, op ruim 4 lichtjaar van onze aarde, aldus mogen we er vanuit gaan dat het zonnestelsel waarover in Het UB gesproken wordt, en wat we hier op aarde 'Alpha Centauri' noemen - dat inderdaad drie zonnen heeft - een en dezelfde zijn.   

Wikipedia meldt over het Alpha Centauri stelsel : 'Doordat de twee sterren ( Alpha Centauri A en B ) zo dicht bij elkaar staan is er maar een kleine regio van ongeveer 2 AE ( ongeveer 300 miljoen kilometer, RZ ) waar stabiele omloopbanen kunnen voorkomen en waar dus planeten aanwezig kunnen zijn.'  

* Zie : www.urantia.org / Paper 49 

 

VIII.   DE INDELING VAN HET HEELAL

Het Urantia Boek stelt dat zeven enorme sterrenwolken, zogenaamde superuniversa, tegen de klok in als zwanen achter elkaar rondwentelen rond Havona, het centrale 'geestelijke' heelal.  Urantia, onze aarde, zou zich in het zevende superuniversum bevinden, en ook niet zo ver verwijderd zijn van wat 'de Buitenruimte' genoemd wordt in de tekst.  

Het evolutionaire leven zoals we dit op aarde kennen zou zich uitsluitend binnen de superuniversa afspelen, en de Buitenruimte zou anno nu klaar gemaakt worden - door hiervoor bestemde geestelijke orden - voor toekomstige werelden waar zich in de verre toekomst het evolutionaire leven kan gaan ontwikkelen.  

De wetenschap meent vooralsnog dat het heelal is voortgekomen uit een Big Bang, een Grote Knal, ongeveer 14 miljard jaar geleden, en dat alles waarin we ons bevinden min of meer een toevalstreffer is. Het Urantia Boek schetst duidelijk een ander verhaal, met een overwegend 'geestelijke inslag'.  Een visie waar we ons als evolutionaire stervelingen als individu weer naar toe mogen leren bewegen. Op meer gevorderde werelden gebeurt dit steeds meer via hen die in die zin 'de weg' hebben afgelegd, de 'verlichte' medemensen.  


IX.   DE ONDERGANG VAN HET ROMEINSE RIJK

Het Urantia Boek meldt dat 'de grote zwakheid' van het Romeinse rijk was 'de onvoorwaardelijke vrijheid van meisjes, waarbij het ze vrijstond een man naar eigen keuze te huwen of het land in te trekken en zedeloos te worden.'   
Het was volgens HUB vooral de grote schaal waarop deze veranderingen werden ingevoerd die 'een factor in de uiteindelijke ineenstorting van het rijk' vormde.  

In mei 2016 verscheen op Scientias.nl  een stuk van historicus Coen van Galen. Uit zijn studie rolt een heel ander beeld van de Romeinse vrouw dan we eerder hadden.   Van Galens onderzoek ontwikkelde zich vooral 'door bronnenonderzoek te combineren met inzichten uit de antropologie, psychologie, genderstudies en rechtswetenschap.' 

Van Galen : '( .. ) toen in de tweede helft van de eerste eeuw voor Christus de onderhandelingspositie van vrouwen als groep toenam, ontstond er in de Romeinse literatuur een discussie over vrijgevochten vrouwen die zich niet hielden aan de traditionele rollen van vrouwen.'